Home News Jacob Derwig over Klem: ‘levensgevaarlijke criminelen kunnen óók een rustige familyman zijn’

Jacob Derwig over Klem: ‘levensgevaarlijke criminelen kunnen óók een rustige familyman zijn’

door Redactie JFK
15:49
Jacob-Derwig-Klem-JFK-Magazine

De naam Jacob Derwig (47) is onmogelijk te noemen zonder er termen als ‘meest gelauwerd’ en ‘beste acteur van zijn generatie’ aan vast te plakken. Ook nu heeft hij voor zijn hoofdrol als topcrimineel in de nieuwe VARA-serie Klem al een Gouden Kalf te pakken. Maar blasé gedrag, dat nooit. ‘Dit vak geeft geen enkele garantie.’

Tekst: Fleur Meijer, fotografie: Pablo Delfos

“Toen ik in de montage zat, dacht ik: het is eigenlijk onvoorstelbaar wat hier gebeurt. Elk beeld, elke blik, elke zin van hem is bruikbaar. Dat maak je als regisseur nooit mee. Hij is zo verschrikkelijk goed.” “Hij kan alles tot op de vierkante millimeter. En daarbij: hij is een ongelooflijk lieve, sociale, grappige en gedreven collega. Met hem werken is een groot feest.” Zomaar een greep uit de quotes die je krijgt als je respectievelijk Frank Ketelaar (scenarioschrijver en regisseur van Klem) en Barry Atsma (mede-hoofdrolspeler in Klem) belt om ze een paar vragen te stellen over Jacob Derwig. En daar staan ze bepaald niet alleen in. De prijzenkast van Jacob puilt dusdanig uit dat iedereen in het vak het er wel zo’n beetje over eens is dat we hier met de beste acteur van Nederland te maken hebben. Genoeg ingrediënten voor een gezwollen ego zou je denken – toch al een bekende acteurskwaal. Maar Jacob Derwig is niet zo onder de indruk van zichzelf. Hij praat kalm, weloverwogen, en vooral: bescheiden. Je kunt je dan ook bijna niet voorstellen dat deze man op commando kan veranderenin een Amsterdamse topcrimineel. Met bijbehorend accent en bravoure. “Daarom ben ik acteur hè?”, zegt hij. “Dan mag ik in dit soort fijne personages kruipen.” In de serie Klem, die sinds eind januari op tv te zien is, speelt hij Marius Milner. Net acht jaar in de bak gezeten, maar nu op vrije voeten. Hij ontdekt dat zijn dochter in de tussentijd hartsvriendinnen is geworden met de dochter van een keurige belastingdirecteur – de rol van Barry Atsma. Op die manier raken hun levens met elkaar verweven. En beklemd, uiteraard.

Hoe bereid je je voor op zo’n rol? Pak je een vleugje Holleeder, een beetje Cor van Hout?
“Niet zo letterlijk, maar natuurlijk heb ik types als Holleeder wel bestudeerd. Veel beelden kijken, en je ook afvragen: wat doe je als je een bekende crimineel bent en uit de gevangenis komt? Hoe pak je je leven dan weer op? Nadat Holleeder vrij kwam, zag ik hem regelmatig door de stad rijden op z’n scootertje. Een keer stond ‘ie zelfs voor mijn deur toen ik naar buiten wilde. Toevallig natuurlijk, maar toch ging ik direct weer naar binnen. Dat imposante, gevaarlijke dat er om hen heen hing, terwijl hij tegelijkertijd iets volkomen relaxts had: dát vond ik interessant. Dat wilde ik Marius ook meegeven. Ik wist direct dat hij net als Holleeder wat charmants en een lekker Amsterdams accentje moest hebben. Daar heb ik echt op moeten oefenen. Het mocht er niet te dik op liggen, dan word je een typetje. Niet te veel op die Amsterdamse ‘rr’ gaan zitten, meer een beetje op de klinkers. Zo van: ‘Ow, gaan we só doen?’ En ik ben breder geworden, op verzoek van Frank Ketelaar. Ik moest in vijf maanden tijd een imposanter lijf zien te krijgen. Ik ben naar de sportschool van Arie Boomsma gegaan en hij heeft me gekoppeld aan een fantastische personal trainer, Wouter Middelbos. Vier, vijf keer per week sporten, en precies de juiste hoeveelheid proteïnen en koolhydraten eten. Er waren dagen dat ik bergen spaghetti bolognese en gebraden kip wegwerkte, en alle restjes van anderen ook nog opat. Terwijl ik in het begin juist extreem weinig mocht eten om mijn vetpercentage omlaag te krijgen. Voor het eerst in mijn leven was ik de hele dag calorieën aan het tellen. Op het anorectische af. Het vergt enorm veel discipline, maar het had wel resultaat. Al is vijf maanden echt veel te kort om echt afgetraind te worden, zeker op mijn leeftijd. Maar goed, er is in elk geval íets aan spiermassa bijgekomen.”

Voel je je anders door dat nieuwe lijf?
“Ja. Absoluut. Je transformeert. In mijn rol hoefde ik het sterke en imposante er niet bij te spelen, ik wás het. En ik merk dat het ook in het dagelijks leven prettiger voelt als je wat breder bent. Gek, maar het is zo. Je moet het alleen wel bijhouden. Dus ik sport nog steeds drie keer per week, het zou immers zonde zijn als het nou allemaal weer verdwijnt. Dan moet ik bij het tweede seizoen van Klem weer opnieuw beginnen.”

Een half jaar voordat de serie op tv kwam, kreeg je al een Gouden Kalf voor je rol. Was het tweede seizoen toen al in the pocket?
“Nee, dat weet je nooit in Nederland. De verwachtingen waren hooggespannen, dat wel. Maar er wordt altijd pas op het laatste moment door omroepen en netmanagers besloten tot een volgend seizoen, dat dan ineens binnen een half jaar uit de grond moet worden gestampt. Terwijl: als de kwaliteit goed is en iedereen enthousiast, zou je ook zonder dat de kijkcijfers bekend zijn al de kans moeten krijgen om alvast met een heel team aan een tweede seizoen te beginnen. Talent en creativiteit genoeg, maar dat vindt men een te groot risico. De Nederlandse overheid investeert het minste in televisie van heel Europa, waardoor er teveel potentieel blijft liggen. Supertreurig, eigenlijk.”

Jacob-Derwig-Klem-JFK-Magazine

‘Ik denk vaak: doe ik het wel goed? Hebben de mensen niet genoeg van me?’

Je staat zelf bekend als rustige familyman. Waar put je uit om te transformeren in een levensgevaarlijke crimineel?[blendlebutton]

“Levensgevaarlijke criminelen kunnen óók een rustige familyman zijn. Dat laatste hebben Marius en ik in elk geval gemeen. Zijn gevaar schuilt ook niet in enorme woede-uitbarstingen, maar meer in zijn onderkoelde emoties. Echte woede ontstaat bij hem pas als je aan z’n gezin komt. Dat hebben we ook gemeen. Toen mijn dochter net geboren was, werden we een tijd veel gevolgd door fotografen. Net in de periode dat Kim (van Kooten, red.) erg ziek was en een zware darmoperatie moest ondergaan. Als je ze dan met telelenzen in de bosjes ziet liggen, in zo’n kwetsbare periode, knapt er wel iets. Woedend werd ik, ik heb er een finaal uitgescholden en nog net niet de camera vernield.”

Je zei na je rol in Penoza dat je enorm hebt onderschat wat het betekent om bekend te zijn bij het grote publiek. Zag je er tegenop om door Klem nog meer richting de status van een ‘officiële’ Bekende Nederlander te gaan?
“Kijk, ik ben al een hele tijd bezig natuurlijk. Op het toneel, in films: ik kom niet uit de lucht vallen. Maar écht bekend was ik ook niet. Tot Penoza. Daar keken elke week een miljoen mensen naar. Toen werd ik voor het eerst aangesproken op straat. Mooi, want als een serie zo leeft bij de kijkers is dat een groot compliment. Maar wennen was het wel. Gelukkig heb ik geen vervelende dingen meegemaakt, het was alleen maar leuk. Dus nee, ik zag er niet tegenop. Ik ben geen Barry Atsma, die had vijftien jaar geleden bij Toneelgroep Amsterdam al een heuse fanclub. Zaten ze weer met z’n allen in de zaal. Daar moesten we altijd erg om lachen.”

Vrouwen zijn over het algemeen dol op charmante, brede, foute mannen, dus waarschijnlijk heb jij inmiddels ook een fanclub.
(vertrekt geen spier) “Oké. Nou. Prima toch?”

Je hebt zo’n beetje alle prijzen gewonnen die er te winnen vallen. Al die lauwer: is het een zegen, of ook wel eens een vloek?
“Een zegen. Ik heb al vrij vroeg in mijn carrière erkenning gekregen, dus daar hoef ik ook niet meer naar te streven. Net als dat ik ook nooit meer hoef te hopen op een Gouden Kalf of een Louis d’Or. Dat geeft een zekere rust. En de luxe dat ik op dit moment mijn rollen zelf kan uitzoeken. Ik zoek een prettige balans tussen werk en tijd voor mijn gezin, dus meer dan een film en een serie of toneelstuk per jaar doe ik niet. Als de rollen díe ik kies vervolgens goed ontvangen worden, dan geeft dat een ontzettend goed gevoel.”

Het lijkt mij dat je er ook blasé van kunt worden. Zo van: ah, wéér een prijs.
“Nee. Nee. Absoluut niet. Prijzen en lyrische recensies zijn leuk, maar daar gaat het in de kern niet om. Plezier in het spelen, dat wel. En dat heb ik. Bovendien, ik kán niet eens blasé worden. Elke rol is anders, je begint in feite steeds weer bij nul. Als je een goede Hamlet neer kunt zetten, betekent dat niet automatisch dat je ook een geloofwaardige Amsterdamse crimineel kunt spelen. Voor toneelvoorstellingen ben ik nog elke avond zenuwachtig. Natuurlijk is er een zeker zelfvertrouwen, maar het moet toch op dat moment weer gebeuren. Het blijft een vak waar je eeuwig over kunt twijfelen. Doe ik het nog wel goed? Hebben de mensen niet genoeg van me?”

Twijfel je daar serieus aan?
“Natuurlijk. Wie zegt mij dat ik altijd mooie rollen ga krijgen? Er zijn geen garanties in dit vak. Nu gaat het goed, maar je weet nooit zeker of het zo zal blijven. Ik moet mezelf telkens opnieuw bewijzen bij een casting of een auditie. En de rollen die ik doe, kies ik zorgvuldig uit. Ik zou het vreselijk vinden als ik achteraf moest bekennen dat ik een rol beter of juist beter helemaal niet had kunnen spelen. Of alleen maar heb gedaan voor het geld. Dat is zonde van mijn tijd, tijd die ik ook aan mijn gezin had kunnen besteden.”

Leg je de druk voor jezelf zo niet erg hoog?
“Zeker. Maar zo zit ik in elkaar. Het is denk ik ook iets van deze tijd. Mijn ouders zijn gescheiden, en ik heb mijn vader vroeger veel moeten missen. Toen ik zelf vader werd, besloot ik: ik wil dat heel goed doen. En mijn werk ook. Ik heb uiteindelijk op werkgebied concessies gedaan om zoveel mogelijk bij Kim en mijn kinderen te kunnen zijn. Met liefde. Maar wát ik dan doe, moet goed zijn.”

Jacob-Derwig-Klem-JFK-Magazine

‘Híj was pas een acteur, en ik leek niet eens een béétje op hem’

Kim staat ook bekend als een perfectionist.
“Daarom begrijpen we elkaar zo goed. We gunnen elkaar mooie projecten én tijd met elkaar. Dat vereist veel planning, inderdaad. Kim zit binnenkort weer een tijd in Groningen voor de opnames van het tweede seizoen van Hollands Hoop. Dus dat betekent dat mijn agenda vrij moet zijn zodat ik bij de kinderen ben.”

Kinderen uit een extreem succesvolle familie kunnen het soms lastig krijgen. Hoe is dat bij jullie?
“Ze zijn nu nog te jong om er last van te hebben. Ik hoop niet dat dat gaat gebeuren, dat zou ik heel erg vinden. Op jonge leeftijd zagen ze natuurlijk al Kim en mij met interviews in kranten en tijdschriften, en opa Kees op affiches. Dat is natuurlijk niet normaal, en dat hebben we ze ook goed ingeprent. Wat wij doen is niet heel belangrijk, het is maar een klein stukje van de wereld. Toch zien we nu al dat het creatieve er al in zit, bij allebei. Kee zit op een musicalschooltje, Roman heeft inmiddels al twee animatiefilms ingesproken. Dat doet hij ontzettend goed. Maar of ze uiteindelijk ook echt het vak ingaan? We zullen zien.”

Wanneer wist jij dat je acteur wilde worden?
“Dat wist ik niet echt, het idee is geleidelijk aan gegroeid. Wel wist ik al jong: áls ik acteur word, dan een hele goeie. Dat gevoel verdween meteen toen ik op mijn zestiende een open dag van de toneelschool bezocht en daar Jeroen Willems zag spelen. Een fantastische acteur, wát een uitstraling. Zo verdrietig dat hij er niet meer is. Ik ging die dag verslagen naar huis. Híj was pas een acteur, en ik leek niet eens een béétje op hem. Ik ben daarna maar theaterwetenschap gaan studeren. Pas na drie jaar, toen ik inmiddels veel wist over dramaturgie, over theater zelf, durfde ik auditie voor de toneelschool te doen.”

En nu sta je aan de top. Nog wat te wensen over?
“Natuurlijk. Ik ben bezig met een toneelbewerking van mijn lievelingsboek: Revolutionary Road van Richard Yates. Ooit verfilmd met Leonardo DiCaprio en Kate Winslet, en nu heb ik de rechten in handen kunnen krijgen. Een feest om te mogen doen. Het is zo’n bloedmooi verhaal. Een rol in een buitenlandse film of serie: zou ik ook graag willen. Ik zou volgens mij best in Game Of Thrones kunnen, om maar eens wat te noemen. Dus ik ben momenteel bezig me in dat veld te mengen. Met een goede Engelse agent maak ik wellicht een kans.”

En comedy? Barry zei: ‘Jacob is ongelooflijk grappig. Daar zou hij meer mee moeten doen.’
“Wat lief dat hij dat zegt. Bij Toneelgroep Amsterdam stond ik bekend om de zware, intellectuele rollen, maar het allerleukste wat ik daar heb gedaan was de rol van een verwarde professor. Ik ben groot fan van André van Duin, alles wat ik van hem heb geleerd qua timing kon ik daar in kwijt. Ik heb er meteen een prijs mee gewonnen, dus blijkbaar zit daar een zekere aanleg. Ik zou nog wel eens in een romantische komedie van Kim willen spelen. Zoals in Alles is familie, die rol had ze speciaal voor mij geschreven. Bij Kim weet ik tenminste zeker dat het script echt goed is, daar schort het helaas nogal eens aan bij comedy. En je weet inmiddels: wat ik doe, moet wél goed zijn.”[/blendlebutton]

DIT VIND JE VAST OOK LEUK