Arie & Silvester kennen alle ins en outs van het podium en van elkaar. Het duo zijn zo goed op elkaar ingesteld dat communicatie bijna niet nodig is. De liefde voor de komedie is bij beiden zo sterk dat ze optreden het leukste vinden dat er is, geen drug kan daar tegenop.

Drugs

Arie: ‘Anderen gebruiken heroïne, coke of mdma, maar voor mij is optreden de beste drug die er is. Als je dat eenmaal hebt ervaren, kun je nooit meer zonder. Ik weet zeker dat als je applaus in een flesje kon stoppen, dat echt het bestverkochte goedje ooit zou zijn. Daar tegenover staat dat een slecht optreden oneindig veel pijn doet, daar kan geen mannengriep tegenop. Ik ben echt wel eens bijna huilend naar huis gegaan na een optreden. Stond ik me daar uit mijn naad te werken om een goede grap neer te zetten. Keek het publiek me alleen schaapachtig aan. De kunst is juist om dan door te gaan in plaats van de handdoek in de ring te gooien.’

Lekker lachen

Silvester: ‘Mensen laten lachen is heet lekkerste wat er is. Als ik het kwartje zie vallen, krijg ik een adrenaline rush. Dat had ik al heel snel door. Met een vriendje organiseerde ik op de lagere school iedere vrijdag een toneelstukje. Tot ik Arie tegenkwam, wist ik niet dat je daar ook daadwerkelijk een succesvolle carrière in kon hebben.’

Samenwerken

Silvester: ‘Tien jaar hadden we niet samen opgetreden maar vorig jaar begon het ineens weer te kriebelen. Ik belde Arie en gelukkig was hij ook meteen enthousiast. Toen we daarna koffie gingen drinken, was het als vanouds, alsof er helemaal geen tijd tussen had gezeten. We snappen elkaar zó goed, hebben aan een half woord genoeg. Dat is op het podium net zo: nog voordat Arie de beweging maakt, weet ik welke kant hij opgaat.’

Oud frame

Arie: ‘Ik denk dat iedereen een paar van dat soort vrienden heeft. Jongens die je soms maanden niet spreekt, maar met wie, als jullie elkaar weer wel spreken, het meteen goed is. In WIE?!, onze huidige voorstelling, leggen we nieuwe grappen op een oud frame. Best spannend want iets kan een tweede keer zomaar helemaal niet grappig zijn. Dat bleek gelukkig wel zo te zijn want we toeren al een jaar door heel Nederland en blijven dat tot eind 2019 doen. We zijn er nog niet over uit of we hierna samen blijven toeren, maar voor nu is het gewoon hartstikke leuk en gezellig.’

Om het lijf

Arie: ‘Ik vind kleding belangrijk en ben redelijk ijdel. Tegelijkertijd trek ik net zo graag een t-shirt aan met een afdruk van een van mijn favoriete games, als moet ik eerlijk toegeven dat ik die naarmate ik ouder word steeds vaker laat liggen. Overhemden vind ik trouwens vreselijk. Ik heb de bouw van een bokser en met een overhemd houd ik geen nek meer over, haha.’

Stijl

Silvester: ‘Op het podium hebben we allebei hetzelfde aan: een pak en gele schoenen. Onze eerste shows waren één grote chaos. De enige manier om er een beetje een geheel van te maken, was door dezelfde kleding aan te trekken. Dat laat zien dat we bij elkaar horen. Naast het podium heb ik, zelfs op mijn bijna-vijftigste, nog niet echt een eigen stijl gevonden. Wel ben ik gek op schoenen. Van Adidas en Nike tot Mascolori en Van Bommel; ik heb misschien wel zestig paar staan!’

Harde werkers

Silvester: ‘Op dit moment heb ik drie beroepen: ik ben theatermaker, regisseur en heb mijn eigen animatiefilmstudio. Af en toe vraag ik me af hoe ik dat allemaal combineer, maar gelukkig heb ik niet zoveel met vrije tijd. Natuurlijk ga ik weleens naar de bioscoop, doe ik leuke dingen met het gezin en gaan we eens in de zoveel tijd op vakantie, maar ik zou het niet weten wat ik ver zou moeten doen. ‘s Avonds een beetje bankhangen, televisie kijken en wachten tot het tijd is om naar bed te gaan is niet voor mij. Dan benut ik die tijd liever nuttig.’

Duaal

Arie: ‘Ik ben vijftig procent cabaretier en vijftig procent grafisch vormgever. Ik denk dat als ik voor een van de twee zou kiezen, ik heel ver zou kunnen komen. Nu is het een beetje alsof ik in de selectie van Barca zit zonder ooit een training te hebben bijgewoond, haha. Kiezen tussen cabaret en grafisch vormgeven kan ik niet. Dat laatste heb ik ook écht nodig. Anders zou ik, omdat de shows altijd ‘s avonds zijn, overdag niets doen of non-stop zitten gamen – ik ben gek op Assassins Creed. Opgesloten zitten met mijn eigen gekkigheid doet niemand goed, gok ik.’

(Beeld: Cooper Seyken voor JFK)

Reacties

Meer

Meer van JFK