Home News 5 rijmclichés om te vermijden in een Sinterklaas gedicht

5 rijmclichés om te vermijden in een Sinterklaas gedicht

door Judith Kox
11:40
Rijmclichés om te vermijden in een Sinterklaas gedicht

Natuurlijk ziet ook Sinterklaas er anders uit dit jaar, maar er worden nog steeds flink wat pakjes uitgewisseld. Of dat nu direct uit de zak komt van de Goed Heiligman, of verstopt in een surprise. Die je uiteraard al tijden af hebt en niet pas net aan bent begonnen. Het Sinterklaas gedicht blijft voor veel mensen een heikel punt. Elk jaar worden er weer generieke rijmpjes geschreven en dat is zonde. Daarom vijf regels die we niet meer willen zien dit jaar.

1) Sint zat te denken…

…Wat hij jou zou schenken. Nee, doe het niet. Zelfs niet als je ‘origineel’ denkt te zijn en het op een andere manier besluit af te sluiten. Verzin gewoon een andere eerste regel. Makkelijker gezegd dan gedaan, maar niemand heeft gezegd dat het schrijven van een Sinterklaas gedicht simpel is.

2) 5 december is de dag…

…dat Sint weer leuke cadeautjes uitdelen mag. We snappen best dat je gedicht er misschien een beetje sneu uit ziet als hij aan de korte kant is, maar dit soort opvulzinnen zijn niet de oplossing. Mis je nog een paar regels? Dan kan je beter iets proberen te schrijver over de persoon, het cadeau of desnoods het afgelopen jaar. Er rijmt genoeg op ‘covid’ of ‘covid-19’.

3) Sint staat bekend om zijn goede smaak…

…een geschenk uitzoeken is zijn belangrijkste taak. Tja, nog zo’n opvulrijm en dat vinden we persoonlijk dan weer niet zo heel smaakvol van de Goed Heiligman. Bovendien moet je wel heel zeker zijn van je zaak als je deze zin gebruikt. Kan je hem er uit laten? Doe dat dan alsjeblieft ook.

4) Dit gedicht is bijna uit…

…Als dichter verschoot ik bijna al m’n kruit. Iedereen weet dat als je deze zin gebruikt in je Sinterklaas gedicht, dat je geen enkel kruit bent verloren. Misschien even vijf minuten Googlen, maar meer moeite heeft het niet gekost. Niet liegen dus, anders krijg je volgend jaar helemaal geen cadeautjes meer van de Sint.

5) Twaalf

Ja, we weten het nu wel. Er rijmt niet op twaalf. Je kan er een heel groot ding van maken, omdat je neefje, nichtje of kind toevallig deze leeftijd heeft, maar je kunt het ook gewoon laten. Een gedicht moet namelijk wel rijmen, dus dan kan je ‘twaalf’ beter vermijden. Hoe grappig je ook denkt te zijn.

 

DIT VIND JE VAST OOK LEUK