Wat hebben hiphop, roots en de Nederlandse taal met elkaar te maken? Helemaal niks, maar deze en andere steekwoorden leggen we Akwasi voor in onze onconventionele rubriek: De Wereld Volgens.

Akwasi over de Nederlandse taal

Ik spaar woordenboeken, omdat ik graag nieuwe woorden leer. Als rapper is het belangrijk jezelf te blijven vernieuwen. Ik zie het als een soort updates voor mezelf in de vorm van een uitbreiding van mij vocabulaire. Tegelijkertijd zijn woordenboeken natuurlijk super conservatief. Het duurt vrij lang voordat een woord er in komt of juist verdwijnt.

Allochtoon is zo’n woord dat onlangs is verdwenen. Toen ik op de Toneelschool zat in Maastricht werden Achmed Akabi en ik allochtonen genoemd, maar mensen uit Polen bijvoorbeeld niet. Eigenlijk bedoelen mensen met het woord dus gewoon niet-westersDus als iemand zichzelf een allochtoon noemt – of allochtoons, nog dommer – dan corrigeer is ze vaak. Je moet dat dan zelf ook niet zeggen.

Dus dat is wel een woord dat ik niet zal missen. Zo blijft taal in beweging, het is vloeiend. Wat dat betreft ben ik ook absoluut geen purist, ik ben juist dol op de vermenging van talen of het veranderen van betekenissen. Zoals straattaal een combinatie is tussen ‘hoog’ en ‘laag’ cultuur, dat vind ik mooi. 

Akwasi over zijn roots

Sinds 2015 ga ik bijna elk half jaar naar Ghana om daar muziek te schrijven. Dan ben ik de hele dag alleen daarmee bezig; wakker worden, ontbijten en daarna de studio in. Misschien af en toe een stukje wandelen, maar dat is het dan ook wel. Het isolement is goed voor me, de laatste keer schreef ik in 28 dagen 30 nummers. Mijn record is zeven per dag. De zon inspireert me om muziek te maken, dat moet je ook voelen als je het luistert, die zonnestralen.

Alle tracks op mijn nieuwe album Sankofa heb ik dan ook geschreven in Ghana, dat is Ghanees voor ‘ga terug en ga het halen’. Terug naar mijn roots, want los van het feit dat ik hier in Nederland ben geboren en getogen, heb ik ook altijd veel van de Ghanese cultuur meegekregen. Daar wilde ik al langere tijd wat meer mee doen. De singles die onlangs verschenen, ‘Zoveel Dingen’ en ‘Extase’, staan niet op het nieuwe album. Misschien een beetje mensen op het verkeerde been zetten, maar daar hou ik van. Je hoort ook dat die nummers zwaarder zijn, het is een groot contrast met de plaat en dat past bij mijn leven.

Dat contrast tussen Nederland en Ghana is ook heel groot. Hier leef ik in de stad en daar ga ik naar de dorpen waar mijn ouders vandaan komen. Als ik daar ben dan ga ik ook anders denken. Het is soms fijn om gewoon even ‘een man’ te zijn, want of ik het wil of niet, hier ben ik toch altijd een ‘zwarte’ man. Terwijl dat daar juist de norm is. Het is niet zo dat ik daar gelukkiger ben dan hier hoor, want ik heb het bijvoorbeeld ook veel over de Bijlmer op het album, want daar ben ik opgegroeid. De Bijlmer wordt vaak neergezet als achterstandsbuurt. Mensen praten er heel stigmatiserend over terwijl het juist een kweekvijver is voor allerlei talent. Het zijn allemaal mijn roots. 

Akwasi over hiphop 

Er zijn veel vooroordelen over rap en hiphop. Zoals dat mensen rappen omdat ze niet zouden kunnen zingen, het is juist een bewuste keuze. Dan denk ik, maak het een keer mee, ga een keer naar een concert en zie hoe hiphop verbroederd. Het is het meest populaire genre ter wereld. Miljoenen jongeren luisteren ernaar en hun ouders hebben geen enkel idee wat het is. Terwijl het een van de weinige genres is waar je echt helemaal jezelf kunt zijn.

Hiphop zegt waar het op staat op momenten dat er iets in de wereld niet helemaal klopt en dat kan soms confronterend zijn. Natuurlijk wordt door sommigen iets als wapengeweld omarmd, maar het is zoveel meer dan dat. Vroeger in de tijd van Tupac was ging het om gangsterrap, dat stigma is blijven hangen. Maar er is juist zoveel ruimte voor samenwerkingen en cross-overs, kijk maar hoeveel hiphop er tegenwoordig in de popmuziek zit. Ik kan ook niet wachten tot ik bijvoorbeeld naar een hiphopopera kan gaan. Stel je zou het vermengen met Wagner, dat is toch fantastisch? 

Het is geen subcultuur meer, maar een echte levensstijl. Het is overal, een café, restaurant of winkel kan ook hiphop ademen. Denk aan de industriële inrichtingen of graffiti. Ik kan ook zo aan iemand zien of het een hiphopper is, ook als diegene een strak pak draagt. Het hele kinderschoenen stadium zijn we allang voorbij, zelfs in Nederland. Er zijn tegenwoordig als hiphopopa’s met grijze haren en het wordt alleen maar groter. Dat is ook mooi, want het brengt mensen samen. 

Meer lezen? Het complete interview met Akwasi verscheen in JFK 81

De Wereld Volgens Akwasi

Reacties

Meer

Meer van JFK