Formule 1 zonder Olav Mol is als een schoen zonder zool. Waardeloos. Zijn 27e seizoen binnen de koningsklasse van de autosport is misschien wel het spannendste ooit. Totaal andere auto’s, Max Verstappen en géén Bernie Ecclestone meer. Allemaal goede zaken, volgens Mol. ‘We gaan binnen de Formule 1 van een dictatuur naar een structuur.’ Een interview met Olav Mol.

Tekst: Jeroen Jansen, fotografie: Marc Deurloo, met dank aan: De Automobielfabriek

Yo hé, yo ho. Yo fucking hell, wat bizar! Op het moment dat Max Verstappen vorig jaar zijn Red Bull RB12 Formule 1-auto als eerste langs de geblokte vlag jakkert, komt commentator Olav Mol uit het niks met die inmiddels legendarische kreet. Het levert hem de Theo Koomen Award op, waarmee hij zich de beste sportcommentator van het jaar mag noemen. Terecht, Olav Mol ís Formule 1 en máákt Formule 1. “Er zijn voetbalcommentatoren – ik noem geen namen – die op tv durven te vertellen dat de wedstrijd die ze verslaan saai is. Die zeggen hun kijker dus eigenlijk: ‘Leuk dat je kijkt, maar wat mij betreft ben je gek, want er is geen reet aan.’ Dat kun je niet maken. Daarom: een saaie Formule 1-wedstrijd bestaat niet. Je hebt spannende races en spectaculaire races. Punt.”
Het is typerend voor de manier waarop de 55-jarige Mol ons bankzitters van commentaar voorziet. Enthousiast, bevlogen, recht uit het hart en met altijd een goed verhaal achter de hand. “Ik meet de spanning van de wedstrijd altijd na afloop aan mijn behang,” vertelt ‘ie. “Voor de race hang ik allerlei blaadjes met informatie aan mijn muren, die ik er tijdens de race bij kan pakken. Is alles van mijn muur gerukt, dan was het een spannende race. Hangt het er nog, dan had ik er geen tijd voor en was de race een spektakelstuk.”
Max Verstappen is Mols hofleverancier als het op spanning en sensatie aankomt. De coureur zorgt er eigenhandig voor dat de populariteit van de sport in overdrive gaat. Mol betitelt hem als ‘grensoverschrijdend goed’, iets wat volgens de commentator op twee manieren uit te leggen is. “Zowel op de baan als ook naast de baan maakt hij dat waar. Ik bedoel, als Hamilton de GP van Brazilië wint, scandeert het publiek de naam van Max en niet die van Lewis. Hállo! Dat is wel een dingetje hoor.”

Wordt Max Verstappen dit jaar wereldkampioen?
“Nee.”

Oké, volgend jaar dan?
“Als het gebeurt, is het geweldig. Max heeft alle ingrediënten om een WK-titel binnen te halen, alleen doe je dat niet zomaar even. Kijk, als Usain Bolt voor een Olympische plak gaat, dan weet hij precies op welke datum hij moet vlammen. Da’s nog steeds moeilijk, begrijp me niet verkeerd, maar het Formule 1-seizoen begint in maart en eindigt pas in november. Daartussen zit mazzel, pech, technische malheur, noem maar op. Na al die maanden moet je toch bovenaan het klassement zien te staan.”[blendlebutton]

Wat betekent Verstappen voor de Formule 1 in Nederland?
“De rush die dankzij Max door Nederland gaat, is enorm. Het land staat op zijn kop! Nederlanders zijn echte succesvolgers. Gaat het ergens goed in, dan houden we er met zijn allen aan vast. Gaat het niet meer zo goed, verliezen genoeg Nederlanders hun interesse.”

Je waarschuwde eerder voor een ‘Schumachereffect’: er wordt te veel ingezoomd op één coureur, terwijl de sport zoveel meer is.
“Precies daarom houd ik het liever breed. Als ik gebeld word voor een radio-interview, dan zorg ik ervoor dat het niet alleen over Max gaat. Bovendien ben ik niet de woordvoerder van Max Verstappen. Dat wordt nogal eens gedacht, omdat de familie Verstappen tegenwoordig wat lastig bereikbaar is. Niet zo gek natuurlijk, Max zit écht bij een topteam. Om het in voetbalperspectief te zetten: wij praten elk weekend met de Messi van de F1.”

Niet alleen Max Verstappen zal dit jaar oorzaak zijn van spektakel. Ieder jaar verandert er een hele hoop binnen de Formule 1. De veranderingen van dit jaar zijn de grootste van de afgelopen twintig jaar.
“Ja, het zijn de grootste regelwijzigingen van de laatste twee decennia en daardoor zien de auto’s er compleet anders uit. De afgelopen jaren waren ze te smal en te hoog, Looney Tune-achtige dingen. Nu staan er weer lage, brede auto’s op vette banden. Dat geeft je zonder dat ‘ie gestart is al het idee: dit is een vet ding. Daar gaat het om.”

Wordt er dit jaar anders gereden?
“De banden zijn breder en dus heb je meer rubber op het asfalt. Door de extra wrijving die daarbij komt kijken gaat je topsnelheid achteruit. Omdat je meer grip hebt, maak je dat weer goed in de bochten. Wist je trouwens dat Formule 1-teams een volgasbocht als een recht stuk weg benaderen? Dat betekent dat het circuit van Barcelona in de beleving van de teams dit seizoen een bocht minder heeft. Met die nieuwe auto’s is bocht 3 van het circuit ineens een volgasbocht geworden.”

Hoe zit het met het geluid? Door de thuiscritici vaak betiteld als ‘stofzuiger’.
“Dat vind ik extreem. De mensen die dat zeggen, komen nooit op een circuit. Kijk, iedere motor waar je een turbo op zet, zal op vol vermogen zachter klinken. Dat is met straatauto’s niet anders. Geloof mij, als die Formule 1-auto’s stationair staan te draaien, of langzamer rijden, komt er een behoorlijk klappie geluid uit. Vooruit, het is niet meer wat het geweest is en als we de FIA (de internationale autosportfederatie, red.) mogen geloven, gaat het ook niet meer terugkomen. Al denk ik daar anders over.”

Hoe bedoel je?
“Nu is de Formule 1 nog erg gelinkt aan autofabrikanten, maar ik zie een punt waarop de Formule 1 definitief boven alles uitstijgt. Dat ze bij de F1 zeggen: ‘Wij zijn het vetste dat er is en dus gaan we met V10’s rijden. Dikke lul.’ Die mannen hebben net als ik benzine in hun bloed. Die weten: het lawaai hoort er gewoon een beetje bij.”

Nog een grote verandering: Bernie Ecclestone – de eindbaas van de Formule 1 – is eruit gewerkt.
“Typisch Ecclestone om dat zo naar buiten te brengen. Hij heeft nog steeds aandelen, maar is niet langer CEO van het bedrijf. En dat is goed. Met zijn vertrek gaan we binnen de Formule 1 van een dictatuur naar een structuur.”

Zie je dat echt zo?
“Die dictatuur was nodig. Ecclestone zei altijd: ‘Als ik met alle teams om de tafel ga, worden we het nooit eens, iedereen heeft zijn eigen agenda.’ En daar heeft hij gelijk in. Die man heeft business gedaan met wereldleiders, dat moet je niet vergeten. In de nieuwe situatie zijn er specialisten die erop toezien dat alles goed loopt. Jongens die nuchter en goed kunnen beslissen. En als ze het effe niet weten, bellen ze Ecclestone heus op. De Formule 1 had een veel groter probleem gehad als ome Bernie achter zijn bureautje een hartaanval had gekregen en in een klap weg was geweest.”

Ecclestone komt over als een bikkelharde zakenman. Is er een kant van Ecclestone die wij niet kennen?
“Hij is goed voor de mensen die loyaal aan hem zijn en hij onderhoudt een aantal weduwen van overleden coureurs. Als het moet, kan hij ongelooflijk hard zijn. Maar tegelijk heeft hij ook een hart.”

Olav-Mol-JFK-Magazine

“Ik ben de enige ter wereld die alleen in dat hokje zit.”

 

Onemanshow
In de paddock is Olav Mol een tikkie een vreemde eend in de bijt. Waar de meeste omroepen een flink konvooi op de circuits parkeren tijdens raceweekends, doet Mol vrijwel alles alleen. Met uitzondering van een cameraman en vaste partner in crime Jack Plooij, die sinds jaar en dag de rol van pit-spion vervult. In het commentatorhokje is Mol een eenmansband met een miljoenenpubliek.: “Ik ben de enige ter wereld die alleen in dat hokje zit. Olav Mol BV Inc Ltd. Gelukkig ken ik alle facetten van het tv maken. Ik heb geregisseerd, teksten geschreven, geproduceerd, gemonteerd. Ik weet hoe tv gemaakt wordt.”

Is het in die zin voor jou ook topsport?
“Ik ben op de zondagavond na een raceweekend niet altijd op mijn gezelligst. Dan ben ik wel even af. Zonder het zweverig te willen maken: ik heb een denklijn in mijn hoofd. Tijdens het praten, luister ik naar mezelf en herken ik de vragen die mijn commentaar bij de mensen thuis op zal roepen. Die vragen kan ik daardoor meteen beantwoorden. Als ik moet uitleggen hoe moeilijk mijn vak is, zeg ik vaak: zet het geluid van de tv uit en vertel degene naast je precies wat er gebeurt. Maar niet als het al gebeurd is, je moet het vertellen op het moment dát het plaatsvindt en liever nog daarvoor.”

Soms lijkt het alsof je iedere race die je ooit zag van minuut tot minuut uit je hoofd weet.
“Nee, ik ben daarin niet zo triviaal. Ik zou je op commando niet kunnen vertellen wat er toen en toen, daar en daar gebeurde. Maar als de wedstrijd begint en er doet zich een situatie voor, springt er ineens – ploing! – een luikje open en weet ik precies waar ik zo’n situatie eerder heb gezien.”

Ben je journalist of ben je fan?
“Geen van beiden. Ik ben verslaggever. Ik werk in dienst van de sport, ben zelfs economisch afhankelijk van de sport. Als ik een verhaal tegen zou komen dat een bom onder de Formule 1 legt, wacht ik tot iemand anders dat nieuws brengt.”

Je zou die bom niet zelf tot ontploffing brengen?
“Zeker niet. Ieder F1-weekend is er net zoveel informatie die ik niet breng als die ik wel breng. Kortgeleden speelde er een verhaal dat door Mercedes in alle toonaarden is ontkend. Ze zouden olie vermengen met de brandstof. Ik weet duizend procent zeker dat ze dit gedaan hebben. Mocht ik de teambaas ooit spreken, dan kan ik dit heel vilein op tafel leggen. En ik kan er nog bewijs van leveren ook.”

In je carrière heb je twee GP’s gemist. Eentje omdat je in Belize zat, de ander omdat je vrouw Marjon op sterven lag. Heeft het nooit gefronste wenkbrauwen opgeleverd dat je niet meer GP’s miste door de ziekte van je vrouw?
“Mijn vrouw heeft zeventien maanden tegen de kanker gevochten. In die periode wilden jongere collega’s mij tegen mezelf beschermen. Waarop ik ze vroeg: ‘Wat denk je dat Marjon denkt als ik naast haar op de bank ga zitten? Iets als: het moet wel heel slecht met me gaan, want m’n man gaat niet meer werken. En ze zou er ook niet beter van worden.’ Toen de dokter vertelde dat ze nog vier tot zes weken te leven had, stonden er nog drie GP’s op de kalender. Die heb ik niet meer vanaf locatie verslagen, maar vanuit Hilversum. Omdat ik wist dat ik dan binnen zes uur thuis kon zijn.”

Wat is de belangrijkste les die je destijds leerde?
“Dat je je nooit zorgen moet maken om de dingen die je toch niet in de hand hebt. Zonde van je energie, een verspilling van je tijd.”

Het grootste deel van het jaar ben je op pad. Wat doe je naast de Formule 1?
“Als ik thuis ben in Spanje, waar ik woon, ben ik ook écht thuis. Quality time. Ik ga graag jetskiën op zondagochtend. Als de zee niet te wild is, hè, ik word ook een dagje ouder. Soms kan ik dagenlang mijn auto niet aanraken, lekker de huismus uithangen. En ik heb de mazzel dat mijn dochter, schoonzoon en kleinkinderen in hetzelfde appartement wonen.”

Zie je jezelf ooit stoppen met de verslaggeving?
“In mijn hoofd ben ik nog 25, maar mijn lichaam vertelt me weleens iets anders. Zolang ik het lichamelijk aankan en de mensen het leuk vinden, ga ik door. En zolang ik geen hanglip krijg door een of andere tia, zal ik altijd nog iets in de studio kunnen doen. Maar: er moet nieuwe aanwas komen en die is er nog niet.”

Je hebt nog geen protegé?
“Nee. Het zou het mooist zijn als we iemand vinden die verslag doet van de GP3 en Formule 2. Iemand die de cameraman, pitreporter Jack Plooij en ik dan mee kunnen nemen als hij niet aan het werk is, om ‘m te laten zien hoe het werkt. We zijn met weinig mensen, maar hebben een heel bijzondere positie. Als Vettel ’s ochtends langs komt lopen, roept ‘ie ‘Goeiemorgen!’. In het Nederlands. Ik ben op dit moment de langstzittende Formule 1-commentator op locatie. De éminence grise. Maar daar ontleen ik geen status aan. Ik ga er niet vanuit dat de hele wereld mij kent.”[/blendlebutton]

Advertentie

Reacties

Meer
Advertentie