Dit interview verscheen in JFK 55, november-december 2015

Een winnaar. Dat is hij. In hart en nieren. Het leven van Nico Rosberg, Formule 1-coureur bij het team van Mercedes AMG, draait om niets anders dan de wereldtitel. Hoe lang gaat hij regerend wereldkampioen, teamgenoot en aartsrivaal Lewis Hamilton nog voor zich dulden?

Tekst Jeroen Jansen

Zonder enige afleesbare emotie op zijn gezicht loopt Nico Rosberg door het motorhome van Mercedes AMG. We schrijven donderdag, daags voor de race op wat het mooiste circuit van de Formule 1-kalender genoemd wordt. Spa Francorchamps. Met vlak na de eerste bocht La Source misschien wel de meest epische bochtencombinatie van Europa: Eau Rouge en Raidillon, waar duizelingwekkende snelheden tot 290 kilometer per uur gehaald worden. Zou Rosberg, op het moment van schrijven nummer twee in het klassement, zenuwachtig zijn? Zijn manager zegt van niet.
Spa is een beladen circuit voor de dertigjarige Duitser. Vorig seizoen toucheerde hij al in de tweede ronde met zijn voorvleugel het linker achterwiel van zijn flamboyante teamgenoot. Hamilton, op dat moment op kop, viel uit. Rosberg kon door en wist zijn auto als tweede langs de geblokte vlag te sturen. Hamilton was woedend, betichtte zijn teammaat Rosberg ervan hem expres van de baan te hebben gereden en verklaarde hem stilzwijgend de oorlog. Na spoedberaad binnen het team moest Rosberg zijn teammaat uiteindelijk zijn excuses aanbieden voor het verpesten van zijn race.
Nu lopen beide heren op hetzelfde circuit, naast elkaar. Van wrok lijkt geen sprake, al zullen de mannen deze – mocht die er al zijn – waarschijnlijk makkelijk kunnen verbloemen. Vorig seizoen zag Rosberg het kampioenschap nipt aan zijn neus voorbij gaan, recht in de armen van publiekslieveling Lewis Hamilton. Dit seizoen lijken de kaarten soortgelijk geschud. Rosberg leidde kort, maakte een stomme fout tijdens de grote prijs van Hongarije en zag Hamilton zijn plekje overnemen in het klassement. Alles ligt open, maar het lijkt wederom een nek-aan-nekrace te worden.

nico_rosberg_formula_one_champion_hugo_boss_03

Eindelijk een stoeltje
Rosberg, een coureur met Duits-Finse roots, is zoon van Keke Rosberg. Een levende racelegende die in 1982, drie jaar voor de geboorte van Nico, wereldkampioen werd binnen de koningsklasse van de autosport. De kleine Nico groeide op in de paddock, tussen de grote namen van weleer. “Ik was toen al gefascineerd door het racen,” vertelt hij. “Als mijn vader moest rijden, was ik erbij. Het was te gek, ik hield van de auto’s, de toeschouwers, de geur, het geluid en de sfeer. Toen al was het mijn droom om te doen wat hij deed. Om coureur te worden.”
Zo geschiedde. Op zesjarige leeftijd begon Rosberg met karten. In zijn tienerjaren stoomde hij door naar het Duitse Formule BMW, om niet veel later aan de bak te kunnen in het Formule 3-team van zijn vader. Hij racete tot begin 2004 voor Team Rosberg, om uiteindelijk voor het eerst voorzichtig te kunnen proeven aan de Formule 1. Hij mocht een testsessie rijden voor Williams F1, maar het duurde nog twee jaar voor hij daadwerkelijk een stoeltje in de hoogste klasse wist te bemachtigen.
“De eerste les die ik leerde binnen de Formule 1? Poeh. Ik denk omgaan met de media,” herinnert Rosberg zich. “Niet dat ik er bang van werd, maar de continue aanwezigheid van zoveel media is heel ongewoon en extreem.” Toch liet de jonge Duitser zich niet van de wijs brengen. Zijn eerste race reed hij in een auto die als minderwaardig werd gezien. Maar, ondanks het verliezen van zijn complete neus in de eerste ronde, werd Rosberg zevende en zette, als jongste coureur ooit, de snelste ronde op zijn naam.

Discipline en toewijding
Na vier jaar bij Williams maakte Rosberg de overstap naar het F1-team van Mercedes. Een stap die, zo bewijzen de cijfers, nodig bleek om tot volle wassing te komen. Tijdens zijn derde seizoen voor Mercedes pakte hij zijn eerste Grand Prix. Het aantal punten dat Rosberg ieder seizoen scoort zit onophoudelijk in de lift. De stijgende lijn lijkt eindeloos. Zit hij te wachten op het moment dat hij in de voetsporen van zijn vader kan treden? “Nee. Ik wil niet precies hetzelfde doen als mijn vader. Ja, hij was ook Formule 1-coureur, maar dat is toeval. Wat ik wil is wereldkampioen worden.”
De Duitser beleeft dit jaar zijn tiende seizoen binnen de F1.“Tien jaar alweer? Man, ik begin aardig oud te worden,” grapt de coureur als we hem erop wijzen. “In die tien jaar heb ik zo? veel geleerd, ongelofelijk. Het is een bizarre ervaring om op dit niveau met sport bezig te mogen zijn. Er werken hier zoveel slimme, competente mensen, waar ik binnen dit team nauw mee samen mag werken. Dat alles om te zorgen dat we hoe dan ook de beste blijven. Dat is echt heel erg cool.”

nico_rosberg_formula_one_champion_hugo_boss_02

‘Ik wil niet precies hetzelfde doen als mijn vader. Ik wil wereldkampioen worden’

Rosberg noemt snelheid de grootste kwaliteit van z n teamgenoot en gedoodverfd wereldkampioen Lewis Hamilton. “Maar over mijn eigen kwaliteiten wil ik het niet hebben. Die zijn aan jou om vast te stellen.” Dan, na een korte aarzeling: “Wacht, misschien zijn discipline en toewijding twee goede kwaliteiten van mij. Dat leer je in de sport, en dat kost jaren. Ik ben iedere dag bezig met racen. Vrije dagen zijn er om tot rust te komen, zodat ik de dag erna no?g harder kan trainen. Ben je fris, dan kun je harder aanvallen.”

Heldere geest
Lichamelijke rust, maar ook rust in zijn bovenkamer is van groot belang. Of, zoals Rosberg het zelf stelt: “Talent is e?e?n ding, wat er zich tussen je oren afspeelt is minstens zo belangrijk.” Racen is lichamelijk heel zwaar, legt de coureur uit. “Alles wat ik doe achter het stuur is lichamelijk. Mijn hand-oog coo?rdinatie, mijn reactiesnelheid. Maar je moet ook een heldere geest hebben. Vol energie, met focus en concentratie. Al geldt dat denk ik voor iedere sport, hoor.”
Op het moment van schrijven staat zijn vrouw op het punt van bevallen. Hoe hou je dat buiten de cockpit? “Dat is iets wat je niet kunt trainen. Het is puur ervaring, die ik op verschillende momenten in het verleden op heb kunnen doen. Ik kan nu net zo presteren als iedere andere zondag. Als ik het vizier sluit, is al het andere weg. Ik concentreer me op wat er te gebeuren staat, op de klus die ik moet klaren en de procedures die ik moet volgen. Op het circuit is er full focus.” Daarnaast moet ook de continu veranderende sport in de gaten gehouden worden. Ieder seizoen weer zijn er andere restricties omtrent de auto, nieuwe regels voor het racen. “In tien jaar tijd is er veel veranderd. Vooral de techniek in de auto’s heeft enorme stappen gemaakt.” Tijdens Rosbergs F1-debuut werd er een begin gemaakt met het downsizen van de motorblokken. De drieliter V10 werd een 2,4-liter achtcilinder. Inmiddels wordt er gereden met hybride 1,6-liter V6’jes met turbocharger.
Rosberg zelf vindt die ontwikkelingen op technisch gebied razend interessant. “Ik sleutel er zelf niet aan, maar ik wil wel weten hoe alles werkt. In onze auto’s hebben we nu een verbrandingsmotor en elektromotor. In e?e?n. Ik wil precies begrijpen wat er allemaal in dat blok gebeurt.” De nieuwste verandering heeft met de koppeling te maken, weet de coureur. “Voorheen mocht je het aangrijppunt van de koppeling vooraf afstellen, waardoor je als coureur meteen weg kon rijden. Nu mag dat niet meer en moeten coureurs dat zelf gaan doen. Ik denk dat de starts een stuk interessanter kunnen worden!”

Extreme rivaliteit
Naast het bijhouden van de technische vooruitgang en je innerlijke rust, moet je als coureur ook dealen met rivaliteit. Want waar sommigen hun rivalen in andere teams zoeken en ze pas op de startgrid tegenkomen, zoekt Nico Rosberg het dichterbij. Een gevalletje ‘keep your friends close, but your enemies closer’, zou je kunnen zeggen. Lewis Hamilton is immers zijn teamgenoot. Samen met hem worden de teamstrategiee?n bepaald. Terwijl de twee onderling ook nog iets uit te vechten hebben.
Twee winnaars in e?e?n team, dat kan natuurlijk niet. “De rivaliteit tussen ons is intens,” besluit Rosberg. “Die komt niet met vlagen, die is er altijd. In e?e?n team zitten, maar wel beiden voor de hoogste podiumplaats gaan. Die rivaliteit beperkt zich niet tot in de auto, die is er ook buiten de cockpit. We zijn allebei zo competitief ingesteld, dat gaat buiten de race om gewoon door en ja, dat is soms best moeilijk.” Om dan nog toe te voegen: “Maar onze relatie is verder prima, hoor.”

nico_rosberg_formula_one_champion_hugo_boss_04

‘De rivaliteit tussen ons is intens en die is er altijd. Die beperkt zich niet tot in de auto’

Bernie Ecclestone, eigenaar van de Formule 1, stelde dat de twee haantjes gelijke talenten hebben en dat hun strijd beslecht gaat worden tussen de oren. Bovendien ziet hij, als commercie?le man, liever playboy Lewis Hamilton winnen dan Rosberg. Een nogal boude uitspraak. “Wat Bernie bedoelde is dat het voor zijn sport, en dan bedoel ik geld verdienen, beter zou zijn wanneer Lewis wint, omdat hij een grotere achterban heeft in bijvoorbeeld Amerika. Ik geef niet zoveel om zo’n uitspraak. Hij heeft zo zijn mening en die respecteer ik. That’s it.”
Is hij misschien introverter dan Lewis? “Dat is aan jou om te beoordelen. Ik ga daar niets over zeggen, behalve dat we zonder twijfel twee ontzettend verschillende mensen zijn.” Rosberg wrijft even nadenkend over zijn kin, lijkt klaar te zijn met het gesprek, maar gaat toch verder. “Nee, wacht even. Ik zou mezelf niet introvert noemen. Ik ben niet in mezelf gekeerd.” Wat is hij dan wel? Waar staat Nico Rosberg voor op? “Ik hou ervan om te winnen. Dat is waar ik iedere dag voor opsta. Ik wil winnen.”

Reacties

Geef een reactie

(verplicht)

Meer

Meer van JFK